SONG DONG – EEN SLECHTE TENTOONSTELLING ...


SNOEPJES

Voor mij op tafel liggen snoepjes van het Nederlandse merk: Anta Flu. Ik nam deze mee uit het Groninger Museum. Bij een werk van de Chinese kunstenaar Song Dong – zijn tentoonstelling duurde van 13 juni tot 1 november 2015 – was het volgende te lezen: “Geachte bezoekers. Deze snoepjes mogen opgegeten worden. Mocht u (kleine) kinderen hebben, wees dan alstublieft alert op mogelijk verslikken.”
Nu hoeft verslikken geen ernstige gevolgen te hebben, maar bij (kleine) kinderen weet men dat maar nooit. Vooral als die snoepjes (van Nederlandse makelij) onderdeel zijn van een kunstprojekt van deze Chinese kunstenaar. Ik heb geen enkel snoepje van dat projekt gegeten, maar andere mensen blijkbaar wel. Bij mijn eerste bezoek aan de Song Dong-tentoonstelling lagen er ontzettend veel snoepjes op de wereldkaart, die te zien was achter de trap van verdieping/–1 naar verdieping/0. Alle landen van de wereld waren ermee bedekt. Bij mijn tweede bezoek lagen er enkel nog snoepjes op China, Egypte, Engeland, Groenland, India en de Verenigde Staten van Amerika. Alle andere snoepjes waren waarschijnlijk met of zonder verslikken opgegeten door mensen. Bij mijn derde bezoek was de voorraad snoepjes aardig aangevuld. Bij mijn vierde bezoek was de gehele wereldkaart ongeveer weer bedekt met snoepjes. Wat mij toen opviel was, dat er ineens heel andere snoepjes lagen wat makelij, vorm en papiertjes betreft. Naast Anta Flu waren nu ook Lonka, Lutti en Napoleon vertegenwoordigd. Op de allerlaatste dag van de tentoonstelling lagen er geen snoepjes meer op de werelddelen: Afrika, Australië en ZuidAmerika. Op de overige lag overigens weinig snoep meer en wel alleen van het merk: Anta Flu. Kon men hier spreken van een geweldig succes van de kunstenaar Song Dong?
Dat zou men wel willen. Het projekt maakte alleen duidelijk, dat mensen graag snoepjes naar binnen werken. Dit is echter al lang bekend. Zelf vond ik het projekt maar vreselijk afgezaagd, onbeduidend, ... De geestelijke armoede lag eraan ten grondslag. Soms moet een kunstenaar tegen zich zelf worden beschermd door een werk van hem niet tentoon te stellen.
Waarom geen wereldkaart gemaakt aan de hand van de ecologische, mondiale voetafdruk voor ieder land afzonderlijk. Dan zou zo´n kaart er totaal anders uitzien. Of waarom geen wereldkaart met landen die geuren, dus de landen niet bedekken met snoepjes, die totaal geen geur verspreiden, maar met kruiden, specerijen, ... Of duidelijk maken hoe de milieuvervuiling heeft toegeslagen in al die verschillende landen. China zal dan beslist wel wereldkampioen zijn.

DE TENTOONSTELLING

Naar mijn mening had men de gehele Dong Song-tentoonstelling veel beter in alle zalen op verdieping/–1 kunnen onderbrengen. Een veel overzichtelijker en spannender tentoonsteling had men dan gekregen.
De hele troep van zijn moeder (een uitgesproken messie) had men in de Coop Himmelb(l)au-verdieping neergezet. Een beeldende verbinding tussen dat wat op verdieping/-1te zien was en die bovengenoemde rommel was niet aanwezig.
Echt uniek was de titel van de tentoonstelling niet. Deze luidde: SONG DONG LEVEN IS KUNST, KUNST IS LEVEN. Als ik mij nog goed herinner, beweerden de dadaïsten dat ook al.
Marcel Duchamp stelde een urinoir ... in een museum tentoon. Song Dong de troep van zijn moeder – de grote hoeveelheid van de tentoongestelde objecten zorgde er niet voor, dat “Waste Not” een “hoge” kwaliteit kon worden toegekend. Dat was bij Duchamp´s objekten toch wel even anders. Door die objekten uit hun dagelijkse omgeving weg te halen en in een museum te plaatsen, keken mensen met heel andere ogen naar die objekten. Iedereen zal toen wel hebben gedacht: “Dat kan ik ook!”
De dadaïsten gebruikten de kunstvorm performances vaak. Ook bij Song Dong vond men deze terug. Op de tentoonstelling kon men – indien men dat wilde – foto´s, installaties en video-films bewonderen.

DE WERKEN

Drie thema´s stonden centraal in de tentoonstelling, en wel: de relatie van Song Dong met zijn vader; die met zijn moeder, en het thema voedsel/voedingsmiddelen.
In het nu volgende gedeelte zal ik ingaan op de voor mij meest opvallende kunstwerken van de Song Dong-tentoonstelling.

Waste Not
“Waste Not” was het werk, dat in het museum de meeste vierkante meters in beslag nam – de Coop Himmelb(l)au-verdieping. Het werk bestond uit wat Song Dong´s moeder jaren lang, vooal na de dood van haar man in 2002, had verzameld zoals: keukengerei, gereedschap, kleding, beddegoed, piepschuimverpakkingen, boeken, papier, toiletartikelen, teveel om alles op te noemen.
Ik zag een strijkplank, maar geen strijkijzer. Ik zag bh-vullingen, maar geen bh´s. Ik zag een binnenband van een fiets, maar geen buitenband ervan en ook geen fiets. Ik zag verfgereedschap, maar geen verfkrabbers en verfafbranders. Ik zag metaalzagen, maar geen houtzagen. Ik zag vorken, maar geen metalen eetlepels en messen. Ik zag stoelen, maar geen tafels. Ik zag brillen, maar geen gehoorapparaten. Ik zag telefoontoestellen, maar geen mobieltjes. Ik zag een pingpongplankje, maar geen ballen. En men kon mij niet wijs maken, dat al die rommel in het huisje van Song Dong´s moeder had gepast!
Het enige wat ik kon waarderen was, dat Song Dong die gekken/sufferds van musea steeds maar weer zo ver wist te krijgen, dat dat spul van zijn messie-zieke moeder steeds maar opnieuw ergens op de wereld werd tentoongesteld. Marcel Duchamp zou er afgunstig op kunnen worden.
Een messie (uit het Duits) is een persoon, die een enorme verzameldwang bezit en deze kan het verzamelen niet meer loslaten. Daar waar deze persoon woont ontstaat een “vuilnisbelt.” Waardoor hij/zij zich niet meer staande weet te houden in de samenleving. Deze persoon isoleert zich totaal en wil dat niemand meer een stap over de drempel van zijn/haar woning doet. Deskundige hulp is nodig.
Messie is afgeleid van het Engelse woord “mess” wat wanorde, chaos betekent. De Engelsen spreken zelf over “hoarding.” Naar schattingen moeten er in Duitsland minstens twee miljoen van deze mensen rondlopen. Dat is ongeveer 2,5% van de Duitse bevolking. Voor Nederland zou dit een getal van ongeveer 400 000 en voor China van ongeveer vierendertig miljoen personen moeten opleveren. In “Problematische verzamelaars” van José van Beers en Kees Hoogduin staat op bladzijde 49, dat ongeveer 1 op de 20 Nederlanders last krijgt van hoarding, waarbij het onderscheid met normaal verzamelgedrag niet altijd eenvoudig is.
Het is zeer knap wat Song Dong – als toenmalige, “deskundige” hulp van zijn moeder – voor elkaar weet te krijgen door dat spul steeds maar opnieuw over de wereld te laten vervoeren. Ik durf te beweren, dat er te weinig musea op de wereld zijn om de troep van die vier en dertig miljoen Chinezen onder te brengen. Dus al dat spul van één Chinese over de wereld te laten reizen, moet toch wel ruim voldoende zijn!
Als beeldend middel gebruikt Dong Song vaak de herhaling. Belangrijk in zijn werk zijn de grootheden: ruimte, tijd, tijdelijkheid. En verder houdt hij van het middel contrast.
Het was niet te begrijpen, waarom die rotzooi van zijn moeder niet op één grote hoop in de middelste zaal van verdieping/–1 was gegooid, met de mededeling: “Geachte bezoekers. Deze voorwerpen mogen meegenomen worden. Mocht u (kleine) kinderen hebben, wees dan alert. De voorwerpen zijn geen speelgoed.”
Bij die grote hoop had men al die “agenten,” die overal op de tentooonstelling aanwezig waren, neer kunnen zetten. En dan niet als poppen, maar als echte, levende Chinezen met het geweer in aanslag.
Dit meenemen zou recht hebben gedaan aan het beeldend middel herhaling en aan het thema tijdelijkheid. En er zou een aardig contrast zijn ontstaan tussen de grote berg rotzooi en het verdwijnen ervan. Het zou voor veel publiciteit hebben gezorgd en het Groninger Museum zou dan veel meer bezoekers naar deze tentoonstelling hebben getrokken. Tevens zou Song Dong waarschijnlijk verlost zijn geweest van die rotzooi van zijn moeder.
Om steeds maar opnieuw dat spul door musea over de wereld te laten transporteren, moet toch op den duur wel heel erg vervelend worden. Met kunst, met tijdelijkheid en met contrast heeft dat dan nog maar weinig te maken. Wel met herhaling!
Song Dong had de fik er ook in kunnen steken, want met een aansteker kon hij voortreffelijk omgaan.

Waterdiary
In die zo even genoemde zaal had men dan alle onderdelen van de installatie: “Waterdiary” (1995) weg kunnen laten. Vijf stuks (metaal, hout, vuur, water en aarde) ervan hadden wel ergens anders kunnen worden neergezet. Bijvoorbeeld onder de vier foto´s, waar het schrijven met water op steen, op was geregistreerd.
Vanaf 1995 schreef Song Dong zijn herinneringen met water op steen op. Hij wilde daarmee inkt en papier besparen. Het proces van het schrijven was hier belangrijk en niet het resultaat. Dit schrijven met water was voor Song Dong een vorm van concentratie en meditatie.
Als ik goed heb geteld, dan bestond “Waterdiary” uit zestig brokken steen, die elk afzonderlijk stonden geplaatst op een plateautje; zestig kistjes, waarop men kon zitten; zestig potjes met water – in elke rechter hoek van de brokken steen was een potje aangebracht (voor een linkshandig persoon een wat verkeerde plek) en zestig penselen.
Bij mij sloeg de meditatie niet aan. Wel de concentratie, door een bijdrage te leveren aan deze installatie. Onder het gezegde: water, aarde, vuur en lucht, heb ik in vier afzonderlijke potjes een Anta Flu-snoepje te water gelaten. Dit ritueel gaf mij een grote voldoening, omdat ik waarschijnlijk een nooit opgemerkte verandering aan de installatie had aangebracht. En het water in deze potjes snoepjeswater werd. Zo gezegd, had ik Song Dong´s installatie op anonieme wijze wat aangepast. Ongelukkiger wijze heb ik dat door een filmtoestel niet laten registreren. Ook niet zo erg, want ik ben wel voorstander van het ontmythologiseren van de kunstenaar/het kunstobjekt/de kunst. En tegen anonieme kunst heb ik niets.

Stamping the Water.
Een ander water-projekt van Song Dong was “Stamping the Water” (1996). Een fotoreportage van een performance – bestaande uit zesendertig foto´s. Die weergaf hoe Song Dong staande in een meer bij Lhasa met een stempel met het Chinese teken water, op het water sloeg gedurende een uur. De herhalende, zinloze bewegingen en het opspattende water zetten mij dadelijk aan het denken. Waarom in Lhasa (Tibet) en niet in het Verbindingskanaal van Groningen?
Mijn mening is, gezien de situatie in Tibet, dat een Chinees daar niets heeft te zoeken. Dus: alle Chinezen weg uit Tibet!

Eating the City...
Song Dong betrekt vaak etenswaren, voedingsmiddelen in zijn werk. Naast die installatie “wereldkaart met snoepjes” waren daarover uitstekende video´s en foto´s te zien. Prachtig van kleur en met spannende komposities. Zoals gezegd Song Dong houdt wel van contrasten. In: “Eating the City” (2015) kwam dat heel duidelijk naar voren. Hij had ergens in Brasilia een “stad” uit etenswaren en snoepgoed opgebouwd. Daarmee was hij langdurig bezig geweest. Toen de massa mensen het sein kreeg voor de aanval op deze stad, was die in weinig minuten van de aardbol verdwenen.
Zijn etenswarenfoto´s/video´s moesten, volgens de informatie in het museum, gezien worden als kritiek van Song Dong op de traditionele, Chinese landschapschilderkunst op potten en schalen.
Voor mij had hij wel op een andere manier kritisch mogen zijn. Hoe is het in deze wereld toch mogelijk, dat aan de ene kant één miljard mensen hongeren en aan de andere kant er één miljard mensen ernstig ziek zijn, doordat zij te veel of verkeerd eten naar binnen werken.
Tussen zijn kleurige videofilms had zeker wel een zwart/wit film gepast. Met daarin een reportage over hoe bijvoorbeeld een dier in de vleesverwerkende industrie wordt geslacht. Een mens moet dat toch wel één keer in zijn leven hebben gezien!

Father and Son...
Zoals Song Dong door zijn moeder werd beziggehouden, zo was dat ook het geval met zijn vader. Echter wel op een geheel andere, contrasterende manier. De werken die er ontstonden waren geheel anders dan het werk “Waste Not.” Ik moet zeggen, dat deze werken mij het meest ontroerden, Hij ging diep in op zijn relatie met zijn vader. En wel op zeer aangrijpende wijze, maar echt contact kreeg hij met zijn vader niet.
Zoals zo vele zoons had Song Dong een problematische verhouding met zijn vader, die een lange tijd in een “heropvoedingskamp” zat. Kort gezegd groeide Song Dong als kind lange tijd zonder vader op.
In de video-film “Father and Son” (1998) heeft de zoon zijn vader de rug toegekeerd. Op het einde van de film haalt de vader zijn zakdoek te voorschijn en wist de tranen van zijn wangen af. Van kommunikatie tussen beiden is geen sprake.
In “Father and Son, Face to Face with a Mirror” (2001) poogde Song Dong dichter tot zijn vader te komen. Dit werk is een installatie, die bestaat uit twee projektoren,en vier cirkelvormige, doorschijnende beeldschermen – alles diagonaal opgesteld. In het Groninger Museum hingen de buitenste beeldschermen boven in de hoeken van de zaal – zo ongeveer twaalf meter uit elkaar. De binnenste – op staanders aangebracht – zo ongeveer zes meter. De projectoren waren elk afzonderlijk op één van de grondvlakken van de staanders geplaatst.
De inhoud van de installatie was een registratie van een “indirecte” ontmoeting van vader en zoon. Tijdens deze registratie stonden beiden oog in oog tegenover elkaar, met daar tussen een cirkelvormige scherm van tweezijdig reflecterende folie. Daarop konden zij allebei elk hun eigen gespiegelde beeltenis zien. De folie werd door Song Dong aangestoken, zodat dit spul vlam vatte. En langzaam konden zij elkaar door de brandende folie te voorschijn zien komen. Op een gegeven ogenblik, na het verbranden van de folie, keken vader en zoon elkaar in de ogen – en stonden niet met de ruggen naar elkaar toe. Er had een voortgang in de relatie vader/zoon plaatsgevonden. Door het verbranden van de folie ontstonden er prachtige, verwrongen beelden. Dit alles kon men in de installatie tot zich nemen.
“Touching My Father” (1997) maakte ook indruk op mij. Op twee foto´s ziet men een geprojecteerde hand contact krijgen met Song Dong´s, gefotografeerde vader.
In de gelijknamige videofilm – de allerlaatste, waarin de vader voorkomt – wordt getoond hoe Song Dong´s vader zijn kleindochter het tollen probeert bij te brengen. Later heeft Song Dong zijn bewegende hand in de film aangebracht. Hij probeert hiermede zijn gefilmde vader te bereiken.
Toen in 2002 zijn vader was gestorven, durfde Song Dong het aan om zijn vader aan te raken. Dit gebeuren werd op video vastgelegd. Song Dong was zo verdrietig over de dood van zijn vader, dat hij de video-film nooit heeft bekeken. Hij liet de opname verzegelen, zodat deze nooit kon worden vertoond. Op de tentoonstelling hing in een doorzichtig kunststoffenkastje de video-cassette.
Ik zou over dit werk weinig willen zeggen. Iederéén zal er wel een mening over hebben. Zelf zou ik zulk een aanraken nooit hebben gefilmd. En mocht dat toch zijn gebeurd, dan zou ik die opname wel laten vertonen.
Verder zou ik nog willen opmerken, dat door de dood van zijn vader die relatie van vader/zoon niet zal ophouden te bestaan. Bijvoorbeeld meldde Song Dong ons niets over de verschijningen van zijn vader in zijn dromen.

TOT SLOT

Volgens mij was de Song Dong-tentoonstelling in het Groninger Museum per vierkante meter tentoonstellings-oppervlakte wel zeer tegenvallend, teleurstellend... Gewoon een slechte, echter wel eentje met heel bijzondere, om nooit te vergeten werken. Vaak is minder meer!
Het is toch wel een heel verdrietige aangelegenheid, dat vader en zoon er niet in zijn geslaagd om wezenlijk contact met elkaar te krijgen. Hierin zullen beiden wel niet alleen staan. Ik waardeer het zeer, dat Song Dong op zijn beeldende wijze deze problematiek in zijn werken op een indringende wijze aan de orde heeft gesteld.
Nog een laatste woord van mij: “Als in een zaal twaalf video-films worden getoond – die in totaal uren duren – dan wordt er van de belangstellenden toch wel wat teveel gevraagd om die alle staande te bekijken. In plaats van dat huisje, hadden er zitbanken moeten staan!”

 

FOLKERT SIERTS

Gebruikte literatuur:
José van Beers en Koos Hoogduin: Problematische verzamelaars. Boom, Amsterdam (2012).
Henk Plenter en Annemiek van Kessel: Let niet op de rommel. Luitingh-Sythoff, Amsterdam (2014).
Stijn Bruers en Tine Bosschaert: Halvering van de Nederlandse ecologische voetafdruk. Milieudefensie, Amsterdam (2014).
En verder: Wikipedia.
Voor meer inlichtingen over Tibet, ga te rade bij:
INTERNATIONAL CAMPAIGN TOR TIBET.