JORIS LAARMAN IN HET GRONINGER MUSEUM


Je heet Joris Laarman en je hebt een tentoonstelling in het Groninger Museum. Jou overkomt, dat je moet opboksen tegen de tentoonstelling: David Bowie is. Natuurlijk verlies je die strijd. Wat een geluk voor jou, want je trekt daardoor toch nog wel een hoop mensen naar jouw werken toe. Waarschijnlijk meer dan als die David Bowie is-tentoonstelling er niet zou zijn geweest.
Joris Laarman is een voortreffelijke artisan/vakman/vormgever. In zijn geval een zeer vindingrijke "meubelmaker", die gebruik maakt van de modernste, technische middelen en een diversiteit aan materialen. Als ik goed heb geteld dan ben ik boven de twintig gekomen. Samengevat hebben zijn werken veel vorm en weinig kleur. Zwart en wit zijn overheersend

DE JORIS LAARMAN-TENTOONSTELLING

Joris Laarman dus in het Groninger Museum – met vooral stoelen. Ik waande mij in een meubelhal! ´t Is jammer, dat zijn tentoonstelling toch wel door die David Bowie is-tentoonstelling totaal ondergesneeuwd is geraakt. Dat heb je niet verdiend, want jouw werken zijn volgens mij van hoge kwaliteit. Zij boeiden mij boven verwachting. Hoe die tentoonstelling is ingericht, heb ik echter als een grote teleurstelling ervaren. De presentatie van de objecten vindt vooral op sokkels en in vitrines plaats.
Een taak van een museum is – naast die van verzamelen, conserveren, selecteren, documenteren, tentoonstellingen organiseren, educatieve diensten verlenen, geen financiële stroppen veroorzaken, ... – publiek trekken. Dus ook nieuw publiek. Volgens mij is het Groninger Museum met de Joris Laarman-tentoonstelling daarin totaal tekort geschoten. Ik zal dit uitleggen.
Voor het produceren van zijn objecten maakt Joris Laarman gebruik van het 3D-printen. Op deze wijze zal er een metalen brug voor wandelaars worden geconstrueerd. Deze zal worden aangebracht op de Oudezijds Achterburgwal in Amsterdam.
Wat is wandelen over een brug? Dat is het aanraken met de voeten (met de handen zou men dat ook kunnen doen) van het materiaal, waaruit deze brug is geconstrueerd. Dit kan op blote voeten (direct aanraken) of op schoeisel (indirect aanraken) gebeuren.
Op de Joris Laarman-tentoonstelling heb ik kunnen vaststellen, dat zijn objekten uitermate geschikt zijn om te worden aangeraakt met handen, voeten, kont, ... En wat ziet men op deze tentoonstelling? Overal stickers, die zoiets verbieden. Gekker kan een museum het toch niet maken!
Tegenover het visuele en het akoestische geweld van de indrukwekkende David Bowie is-tentoonstelling had het Groninger Museum bij die van Joris Laarman geheel iets anders op de voorgrond kunnen plaatsen. De objecten van Joris Laarman nodigen iedereen uit om ze aan te raken, te voelen – die stickers heb ik dus maar genegeerd. Ze zijn een uitdaging voor de tastzin.
Het Groninger Museum heeft hier dus een ontzettend grote kans laten liggen. Het had een geheel nieuwe doelgroep kunnen veroveren. En wel die van blinden en slechtzienden. Deze personen hadden door Joris Laarman´s objecten kennis kunnen verkrijgen over van wat er zo in een museum gebeurt.
Naast deze groep personen zouden kleine kinderen zich ook hebben kunnen vermaken bij een bezoek aan zo´n tentoonstelling. Een kinderspeelplaats midden in een museum, waar vindt men zoiets!
De gehele Joris Laarman-tentooonstelling had volgens mij zo moeten worden ingericht. Deze had een echte concurrent van de David Bowie is-tentoonstelling kunnen zijn. Jammer, dat dit niet is gebeurd.

HALF LIFE LAMP

Deze half life lamp bestaat o.a. uit cellen, die van de eicellen van een hamster afstammen. Deze werden bewerkt met het lichtgevend gen van een vuurvliegje. Vervolgens werden de nieuw ontstane organismen op een laagje polymeer op kweek gezet. Zodoende ontstond er een materiaal voor het lampenkapje. Onder bepaalde omstandigheden had men dan wat licht.
Wat hier gebeurde, was het manipuleren van genetisch materiaal. Joris Laarman zegt zelf erover, dat voor dit lampje geen dier heeft geleden (zie Groninger Museum Magazine met het vraaggesprek met Joris Laarman, bladzijde 55). Voor mij zou dit niet een voldoende reden zijn om zoiets te doen. Met het gezegde: er heeft geen dier onder geleden, kan men heel veel goed praten. En wie zou dat lijden moeten vaststellen: de vlees&melk-industrie, een commissie, planteneters, ...

FILMPJE

Een zeer interessant onderdeeltje van de tentoonstelling is een VPRO Noorderlicht-opname uit 2004. Hierin wordt een vraaggesprek met Claus Mattheck weergegeven.
Claus Mattheck (1947) stamt uit Dresden. In 1978 werd hij door Oost Duitsland naar West Duitsland afgeschoven. Na verloop van tijd werd hij aangesteld als professor aan het Instituut voor Technologie in Karlsruhe.
Bekend is hij door zijn Visual Tree Assessment-Methode geworden. Een methode om bomen te onderzoeken op gebreken, die tot bepaalde gevolgen zouden kunnen leiden. Vanuit zijn kennis over wat er plaats vindt in de natuur ontwikkelde hij software om (constructie)materialen te verbeteren/optimaliseren – o.a. voor de auto-industrie. "Wat weggesneden kan/moet worden, wordt weggesneden," vrij naar hem.
Van deze kennis heeft Joris Laarman gebruik gemaakt. Kijken dus als men de Joris Laarman-tentoonstelling bezoekt.

AANBEVELING

Gaarne zou ik eens een tentoonstelling in het Groninger Museum willen bezoeken, waarin al mijn zintuigen zouden worden uitgedaagd. Misschien iets voor de Franse kunstenaar Pierre Huyghe en zijn vrienden – om die een nieuwe opdracht te verschaffen.
Een samenwerking tussen Pierre Huyghe en Joris Laarman zou ook niet slecht zijn. Pierre Huyghe laat in zijn tentoonstellingen dieren/diertjes een geheel andere functie vervullen dan wat Joris Laarman met zijn "half life lamp" heeft gedaan. Pierre Huyghe laat zijn levende wezens vrij rond lopen of vliegen als onderdeel van zijn tentoonstellingen. Een zeer opmerkelijk iets. Pierre Huyghe bewandelt dus wat dat betreft toch geheel ander wegen dan Joris Laarman.

(Nog t/m 10 april 2016 Joris Laarman Lab in het Groninger Museum)

FOLKERT SIERTS

Gebruikte literatuur:
Groninger Museum Magazine.
En verder: Wikipedia.