JOSEPH BEUYS - “ZIJN ALLERBESTE KUNSTWERK”


Lijden, lijden, lijden. De vaste overtuiging hebben om de opgelopen wonden te helen. Alle energie aanwenden om de ziekte te bestrijden ..!

Op de tentoonstelling Joseph Beuys Parallelprozesse in K20 Grabbeplatz te Düsseldorf hangt een ingelijst stuk krant – twee bladzijden – van de Frankfurter Rundschau van zaterdag 23 december 1978. De ene helft beslaat een artikel van Joseph Beuys getiteld: Aufruf zur Alternative. Op de andere heeft hij wat geschilderd. Nu gaat het mij niet om het laatste, maar om wat er in dit artikel staat. Het is geen kommunistisch manifest, maar meer het partijprogramma van de door hem opgerichte “Studentenpartei” – dit manifest zien velen als het fundament van de “Grünen” in Duitsland. Hij geeft een analyse van de toenmalige tijd. Volgens hem is de gehele aardse samenleving doodziek en stelt vast, dat de mensheid heeft te maken met een militaire wapenwedloop, een ekologische crisis, een economische crisis, een bewustzijns- en zingevingscrisis. Als een ware profeet had hij dit ook over de huidige tijd kunnen rondbazuinen.

Voor Joseph Beuys heerste er op de wereld een totale krankzinnigheid met een waanzinnig verlies aan en vernietiging van grondstoffen, energie en niet te vergeten creatieve vermogens van een niet te tellen mensenschare. Het gehele ecologisch systeem was hard op weg om naar de knoppen te gaan. Hij zag aan de ene kant het opstapelen van (gesubsidieerd) voedsel en aan de andere kant het verhongeren van miljoenen mensen. De oorzaken lagen volgens hem bij de rollen die geld en staat in dit totale vernietigingssysteem speelden. Voor hem was er wat dat betreft geen verschil tussen kapitalisme en kommunisme.

Voor Joseph Beuys ligt de oplossing van het probleem in de mens zelf. In het denken van hem is deze de architect van de “soziale Plastik.” Vanuit dit begrip valt het handelen van hem als mens en kunstenaar te begrijpen. Met een bijna niet in de hand te houden inzet, ijver en doorzettingsvermogen gaat hij door stad en land om zijn boodschap te verkondigen.

Vanuit de leer van Rudolf Steiner kende Joseph Beuys het begrip “soziales Organismus.” In 1918 formuleerde Rudolf Steiner het wezen van de anthroposofie en wel: de drieledigheid van het sociale organisme. De basis voor het ruime kunstbegrip van Joseph Beuys. Het ging Rudolf Steiner erom de macht van de staat te breken. De Duitse staat had totaal gefaald door een wereldoorlog – met ontzettende gevolgen – te beginnen. De situatie kon alleen gezond worden door staat, economie en het geestesleven te scheiden. Kort gezegd hield zijn leer in, dat iederéén gelijk was voor staat en rechtbank, dat er in de economie broederschap moest zijn, en in het denken vrijheid van geest. Rudolf Steiner´s leer over de ontwikkelingstreden van de natuur, te weten: mineraal, plant en dier die dan tot de mens leiden was voor Joseph Beuys een ware inspiratiebron.

Joseph Beuys vond, dat iedere mens scheppende vaardigheden bezat. Het begrip kunst moest op de menselijke arbeid worden toegepast. De oude vorm was op sterven na dood, moest tot nieuw leven worden opgewekt – opstandingsprincipe. En dit was voor hem het ruime kunstbegrip – zijn allerbeste kunstwerk. Dit begrip bracht hem tot de sociale plastiek. Kunst als voorwaarde voor het verwezenlijken van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Al het menselijk weten kwam voort uit de kunst. Ook was het voor hem duidelijk, dat vanuit dit ruime kunstbegrip het genezen van de maatschappij kon worden begonnen.

Vet en vilt waren voor Joseph Beuys de beste materialen om zijn opvattingen duidelijk te maken. In 1963 begon hij te werken met vet. Hij had objecten en ook zichzelf in vilt gehuld.

Bijna vijfentwintig jaar geleden stierf Joseph Beuys, maar volgens mij is hij nog springlevend. En als ik hem zou ontmoeten, wat zou ik dan hem willen mededelen? Of als dit niet zou gebeuren, wat zou ik hem willen schrijven?

Beste Joseph Beuys via jouw werk heb ik jou wat leren kennen. Vaststellen moet ik, dat jij zeer inspirerend voor mij bent. Ik wil de gelegenheid nu maar even aangrijpen om jou iets zeggen:

““Volgens mij heb jij vroeger met grote bewondering de dienstdoende priester in de kerk gadegeslagen. Jij had ook heel graag brood en wijn in vlees en bloed veranderd, met het wierookvat rondgezwaaid en de wijwaterkwast gehanteerd. Jij werd geen priester in de kerk, maar verkondiger van jouw eigen boodschap, heilsbrenger, genezer ...

Als jij de heersende staat om zeep had willen helpen, dan had jij vanuit jouw toch wel anarchistische opvattingen nooit staatsdienaar moeten worden, politieke partijen moeten oprichten, jou beschikbaar moeten stellen als kandidaat op een verkiezingslijst van een politieke partij.

Jij hebt de Partij van de Dieren opgericht. Dus jij moet wel een groot dierenvriend zijn geweest. Onbegrijpelijk voor mij is, waarom jij honing, gelatine en bloed voor het reclame maken van jouw ruime kunstbegrip moest gebruiken. Een dode haas aan beeldbeschouwing moest onderwerpen of deze zijn poten met stokken moest verlengen.

In jouw “Ja,ja,ja,ja,ja. Nee,nee,nee,nee,nee.” zie ik, dat jij vertrouwd bent met het dialektisch denken. Zover ik weet, heb jij nooit een gesprek met Georg Wilhelm Friedrich Hegel gevoerd. Bijvoorbeeld over de “antisoziale Plastik.” Met de collega van hem – Immanuel Kant – had jij prachtige wandelingen kunnen maken. Er zouden beslist boeiende gesprekken zijn ontstaan. Zoals jij misschien weet, zijn de opvattingen van die beide heren over kunst nogal verschillend.

Of jij het zo hebt gewild of niet jouw kunst is vermaterialiseerd, is onderdeel van de kapitalistische kunstmarkt geworden. En daar heerst nog steeds een zeer eng kankerkunstbegrip!””

De tentoonstelling in K20 over Joseph Beuys is chronologisch opgebouwd. Het begint met werk uit 1949 en het eindigt met het laatste werk (1985) van hem. Eigenlijk is het museum wat te net – het is pas geleden verbouwd en opgeknapt – en dat heeft invloed op de presentatie van de werken. “Das Rudel” had wel veel wilder mogen worden tentoongesteld. Werk van Joseph Beuys dat ik in de Hamburger Bahnhof te Berlijn zag, kwam daar voor mijn gevoel veel beter tot zijn recht.

Het meest indrukwekkend was voor mij wel de “mantra:” “Ja,ja,ja,ja,ja. Nee.nee,nee,nee,nee.” Deze verbindt de werken op de begane grond met die op de eerste verdieping. Het was oppassen geblazen om niet van de lange trap naar beneden te duikelen. Deze “mantra” kon men bij een optreden van Joseph Beuys in het museum van Mönchengladbach (1969) horen. Ik vond het jammer, dat er niet zo´n verbinding van het tweede met het derde gedeelte van de tentoonstelling was. De bezoekers werden gedwongen om door de zalen met de verzameling moderne kunst te gaan.

Van de filmopnames die er vielen te bewonderen, vond ik de opnames van Joseph Beuys met de Coyote: “I like America and America likes Me” zacht gezegd wel wat langdraderig. Voor hem lag dat blijkbaar zo te zien geheel anders. Daarover hoeft men niet verbaasd te zijn, want hij kon zich soms urenlang ergens ophouden – een ware circusartist als hij was!

Joseph Beuys een utopist? Ik zie hem als kunstenaar met een onautoritaire “leer” – die van het ruime kunstbegrip/de sociale plastiek. In het rijtje van: Plato (de Staat), Thomas More (Utopia), Savonarola (de Zonnestad), Paul Lafargue (Het recht op luiheid), Thorstein Veblen (De theorie van de nietsdoende klasse)... hoef ik hem niet te plaatsen. Ik hoop wel, dat zijn allerbeste kunstwerk – het ruime kunstbegrip/de sociale plastiek – eens voor honderd procent mag worden verwezenlijkt.


FOLKERT SIERTS

(De tentoonstelling Joseph Beuys Parallelprozesse – onderdeel van de Quadriennale 2010 Düsseldorf – duurde tot 16.01.2011. Dit artikel is geschreven in december 2010. Verschenen in Forma Aktueel nr. 94)